Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bepalingen maritiem gebied

Onderdeel van Noodverordening ter handhaving openbare orde NAVO-top Noordwijk 2025

1.. De bepalingen in dit artikel zien op de in artikel 11 van deze verordening genoemde dagen en tijden en voor het “maritiem gebied”, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond II. 2.. Het is verboden om vaartuigen vanaf het strand in zee te laten en te varen in het “maritiem gebied”. De in artikel 2:84, vierde lid van de APV, genoemde ontheffing geldt niet. 3.. Het is verboden zich met of zonder een vaartuig te bevinden in het “maritiem gebied”, voor zover dat is gelegen voor het “strandgebied” zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende plattegrond IV. 4.. Het verbod, zoals genoemd onder lid 2, geldt niet voor windsurfplanken, kitesurfplanken, golfsurfplanken, en SUP-planken tot 500 meter in het “maritiem gebied”, gemeten zeewaarts vanaf het dichtst bijgelegen punt van de laagwaterlijn als bepaald in artikel 1 van Wet grenzen Nederlandse territoriale zee. Met dien verstande dat hetgeen is bepaald in artikel 2:84, eerste lid aanhef onder f en g van de APV jo. artikel 2:84 tweede lid van de APV jo. artikel 12, tweede en derde lid van het “Algemeen aanwijzingsbesluit APV Noordwijk 2021” onverminderd geldt. 5.. Het is verboden om vanuit de territoriale wateren met een vaartuig zijnde een snelle motorboot, zoals bepaald in artikel 1, eerste lid aanhef en onder u van de Scheepvaartverkeerswet, het “maritiem gebied” te betreden en in het “maritiem gebied” te varen. 6.. De verboden, zoals genoemd onder het tweede, derde en vijfde lid, gelden niet voor vaartuigen van organisaties die actief zijn voor de beveiliging van het “maritiem gebied”, vaartuigen van hulpverlenende instanties en vaartuigen die noodhulp verlenen op zee. 7.. Namens de burgemeester kan door de Havenmeester van Scheveningen, in afwijking van hetgeen bepaald in artikel 11, tweede lid onder b, over de periode van 19 juni 2025, 23.59 uur tot 23 juni 2025, 15.00 uur, onder voorwaarden ontheffing worden verleend van het bepaalde in het tweede en vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel