Naar hoofdinhoud
1.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen (mandaatregeling Utrechtse Heuvelrug). 2.. Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen kan het college besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een goedgekeurde melding, een instemmingsbesluit of een vergunning is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3.. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en haar overige wettelijke bevoegdheden is het college bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de netbeheerder, de goedgekeurde melding, het instemmingsbesluit of de vergunning in te trekken, dan wel de werkzaamheden stil te leggen indien: er wordt gewerkt zonder het instemmingsbesluit, een vergunning of zonder goedgekeurde melding; het instemmingsbesluit of een vergunning of de goedgekeurde melding is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; het instemmingsbesluit of een vergunning of de goedgekeurde melding in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van het instemmingsbesluit of de vergunning of een goedgekeurde melding; er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod; er is sprake van een (acute) gevaarlijke situatie in het kader van de geldende Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

Rechtspraak bij dit artikel