**1..** Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening in natura na een geldige verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder waarmee het college een subsidie- of contractrelatie heeft, als en voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. Er is sprake van een geldige verwijzing als deze in ieder geval de datum, de naam en de AGB-code van de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, de naam en AGB-code van de praktijk of instelling waaraan de arts is verbonden en de handtekening van de arts bevat.
**2..** De jeugdhulpaanbieder controleert allereerst of er sprake is van een geldige verwijzing als bedoeld in lid 1.
**3..** De jeugdhulpaanbieder houdt zich bij het bepalen van de noodzakelijke jeugdhulp aan de regels in deze verordening over het bepalen van de noodzaak en omvang van de jeugdhulp (artikel 4.1 tot en met 4.5) en aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Als de jeugdige of zijn ouders wonen in het aangewezen gebied Stevig Lokaal Team omvat deze verplichting uitdrukkelijk ook de beoordeling of de noodzakelijke ondersteuning passend binnen het aanbod van het Stevig Lokaal Team geboden kan worden.
**4..** Als het college daar een concrete aanleiding voor heeft kan er voordat er jeugdhulp wordt ingezet een controle worden uitgevoerd naar aanleiding van de verwijzing of de door de jeugdhulpaanbieder bepaalde jeugdhulp. Bij een verwijzing richt de controle zich op het aspect of bij de verwijzing de professionele standaarden zijn nageleefd. Bij de door de jeugdhulpaanbieder bepaalde jeugdhulp, richt de controle zich op het daarbij volgen van de professionele standaarden. Deze controle kan ook betrekking hebben op het door de jeugdhulpaanbieder volgen van de regels in deze verordening over het bepalen van de noodzaak en de omvang van de jeugdhulp (artikel 4.1 tot en met 4.5) en aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. De controle moet worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een persoon die op de hoogte is van de relevante professionele standaarden.
**5..** Als de controle uit lid 4 daar aanleiding voor geeft, kan het college besluiten om naar aanleiding van de verwijzing geen, minder of een andere vorm jeugdhulp in te zetten. De beslissing wordt vastgelegd in een beschikking als bedoeld in artikel 4.6.
**6..** Als er na een verwijzing jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening wordt ingezet door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract- of subsidierelatie heeft, legt het college de individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 4.6 als de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken.
**7..** Als de huisarts, medisch specialist en jeugdarts verwijst naar een aanbieder waarmee het college geen subsidie- of contractrelatie heeft en deze aanbieder van oordeel is dat, op grond van de professionele standaarden en de regels uit deze verordening, inzet van jeugdhulp in de vorm van een individuele voorziening nodig is, komt deze jeugdhulp uitsluitend voor vergoeding in aanmerking na voorafgaande toestemming door het college. Het college weigert die toestemming als het van oordeel is dat er aan de jeugdige of zijn ouders ook passende ondersteuning kan worden geboden door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente een contract- of subsidierelatie heeft. De toestemming kan ook worden geweigerd als het college van oordeel is dat de aanbieder zich bij het bepalen of en welke jeugdhulp noodzakelijk is niet heeft gehouden aan de professionele standaarden of aan de regels uit deze verordening voor het bepalen van de noodzaak en de omvang van de jeugdhulp (artikel 4.1 tot en met 4.5).
**8..** Jeugdhulp die is geleverd vóór de datum waarop door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts is verwezen conform een geldige verwijzing komt niet voor vergoeding in aanmerking. Als er door het college een controle als bedoeld in lid 4 wordt uitgevoerd komt de jeugdhulp die is geleverd voordat de controle is afgerond niet voor vergoeding in aanmerking. Als er voor de inzet van de jeugdhulp toestemming als bedoeld in lid 7 nodig is, komt de jeugdhulp die is geleverd voordat deze toestemming is verleend niet voor vergoeding in aanmerking. In spoedeisende gevallen kan er door het college worden besloten om de jeugdhulp die op grond van dit lid niet voor vergoeding in aanmerking komt toch geheel of gedeeltelijk te vergoeden.
**9..** De jeugdhulpaanbieder stelt het college binnen zes weken nadat de jeugdige is verwezen in kennis over de inhoud, vorm, omvang en duur van de benodigde jeugdhulp van de doorverwezen jeugdige. De jeugdhulpaanbieder maakt daarbij gebruik van het daartoe bestemde bericht binnen de van toepassing zijnde iJw-standaarden.