Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5. › § 2.

Artikel 5.3

Het beoordelen van de pgb-vaardigheid.

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Breda 2025

1.. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen moet de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder, in ieder geval: Een duidelijk beeld hebben van de hulpvraag; Op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; In staat zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden en te bewaren. Aan de hand van deze administratie moet kunnen worden aangetoond dat de jeugdhulp is geleverd, wat de kwaliteit hiervan was en welke resultaten er werden behaald; Voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de derde die de tot de individuele voorziening behorende jeugdhulp levert; In staat zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een uitvoerder te kiezen; In staat zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; In staat zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; In staat zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte; In staat zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren en Voldoende kennis hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden. 2.. Een budgethouder of een budgetbeheerder wordt in beginsel niet in staat geacht de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren als sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: Het beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de jeugdhulp levert aan de budgethouder, tenzij de persoon eerste of tweedegraads bloed- of aanverwant is van de jeugdige; Er is sprake van één of meer van de volgende omstandigheden: Schuldenproblematiek. Daarvan is sprake als redelijkerwijs valt te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Schuldenproblematiek kan onder meer blijken uit het feit dat het college aan de budgethouder of de budgetbeheerder een beschikking tot schuldhulpverlening heeft verleend; Ernstige verslavingsproblematiek; Betrokkenheid bij fraude, in de zin van opzettelijk misleidend handelen met het oog op eigen of andermans gewin, of een andere vorm van misbruik of oneigenlijk gebruik van wettelijke voorzieningen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; Een aanmerkelijke verstandelijke beperking; Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; Een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis; Het hebben van een zodanig progressief ziektebeeld dat de verwachting is dat op termijn de aan het pgb verbonden taken niet meer verantwoord kunnen worden uitgevoerd; Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift; Het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag; Het college eerder een pgb van dezelfde budgethouder of waarbij dezelfde budgetbeheerder betrokken was heeft ingetrokken of herzien omdat er door de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het pgb of de jeugdige of zijn ouders het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

Rechtspraak bij dit artikel