Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6.

Artikel 6.1

Voorkomen en bestrijding misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Breda 2025

1.. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van de wet. 2.. Ter voorkoming van het onterecht ontvangen van jeugdhulp, waaronder ook pgb’s, alsmede het bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet is het college bevoegd controles uit te voeren die betrekking hebben op de naleving van: De regels uit de wet en de op grond daarvan vastgestelde regels, waaronder de regels uit deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde nadere regels; De aan een individuele voorziening verbonden voorwaarden; De voorwaarden die voortvloeien uit overeenkomsten met aanbieders en de aan aanbieders verstrekte subsidies. De controles uit dit lid kunnen betrekking hebben op de rechtmatigheid en de kwaliteit van de verleende jeugdhulp. 3.. Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van deze wet. Dit toezicht omvat mede het verrichten van een onderzoek als bedoeld in lid 2. 4.. Het college kan nadere regels stellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. 5.. Teneinde uitvoering te geven aan de toezichthoudende taak als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d van de wet verwerkt het college respectievelijk een toezichthouder als bedoeld in lid 3, persoonsgegevens, waaronder mogelijk bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van de AVG. 6.. Het college kan: de besteding van pgb’s, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de budgethouder nog voldoet aan de voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen; bij de controle als bedoeld in onderdeel a kan ook de derde worden betrokken aan wie het pgb wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; de ondersteuning geboden door aanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de aanbieder en/of de ondersteuning nog voldoen aan de eisen die daarvoor gelden. 7.. Voor de controle als bedoeld in lid 2 of het uitoefenen van de bevoegdheden als bedoeld in lid 6, heeft het college geen specifieke aanleiding nodig. Het college kan bij de controles een thematische aanpak hanteren. 8.. De jeugdhulpaanbieder, budgethouder of de derde aan wie het pgb wordt besteed, is verplicht medewerking te verlenen aan onderzoeken en controles als bedoeld in dit artikel. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel