Naar hoofdinhoud
1.. De pré-mantelzorgwoning wordt bewoond door de zorgontvanger of de zorgverlener, zijnde één huishouden, bestaande uit één persoon of twee personen; 2.. De hoofdwoning wordt bewoond door de zorgverlener of de zorgontvanger, zijnde één huishouden; 3.. Er dient sprake te zijn van een aantoonbare sociale relatie tussen de toekomstige zorgverlener en zorgontvanger. Uit een schriftelijke verklaring, die ingeleverd wordt bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), blijkt dat door de toekomstige zorgverlener(s) mantelzorg verleend zal worden zodra en zolang dat nodig is. Met deze verklaring wordt de sociale relatie tussen de bewoner(s) van de hoofdwoning en de pré-mantelzorgwoning bekrachtigd en aangetoond; 4.. Vanaf het bereiken van de, op dat moment geldende, AOW leeftijd is geen pré-mantelzorgverklaring vereist voor pré-mantelzorg. Indien de AOW leeftijd niet is bereikt, is een pré-mantelzorgverklaring vereist teneinde aan te tonen dat sprake is van een voortschrijdende aandoening, die naar verwachting binnen 15 jaar tot een mantelzorgbehoefte kan leiden. Deze pré-mantelzorgverklaring kan afgegeven worden door een huisarts, wijkverpleegkundige of (ander) relevante specialist door de gemeente aangewezen persoon; 5.. De bewoner(s) van de hoofdwoning worden op het adres van de hoofdwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP); De bewoner(s) van de pré-mantelzorgwoning worden op het adres van de pré-mantelzorgwoning ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).

Rechtspraak bij dit artikel