In de omgevingsvergunning worden de volgende voorschriften opgenomen:
De pré-mantelzorgwoning mag niet worden bewoond en/of gebruikt voor andere doeleinden dan huisvesting van (toekomstig) zorgontvanger of zorgverlener;
De tijdelijke omgevingsvergunning wordt voor maximaal 15 jaar verleend. De omgevingsvergunning zal in elk geval worden ingetrokken, indien zich een van de volgende omstandigheden voordoet:
wanneer de pré-fase voorbij is (mantelzorg is gestart) en de zorgontvanger mantelzorg nodig heeft;
de pré-mantelzorgbehoefte vervalt en de pré-mantelzorg wordt beëindigd;
wanneer de zorgverlener of zorgontvanger verhuist;
de zorgverlener of zorgontvanger overlijdt;
de zorgverlener niet meer in staat is om zorg te verlenen aan de zorgontvanger;
zodra de sociale relatie tussen de zorgverlener en zorgontvanger vervalt.
Indien de pré-mantelzorg vervalt en ook geen mantelzorg plaatsvindt wordt het gebruik als onafhankelijke woonruimte gestaakt;
Wijzigingen van relevante omstandigheden dienen door de zorgverlener of de zorgontvanger aan de gemeente te worden gemeld. Dit zijn in elk geval omstandigheden waardoor de (toekomstige) zorg niet meer verleend kan of hoeft te worden;
Na afloop van de vergunde duur van maximaal 15 jaar of na het intrekken van de tijdelijke omgevingsvergunning dient de pré-mantelzorgwoning binnen 6 maanden zodanig te worden aangepast en/ of verwijderd dat deze niet meer als zelfstandige woonruimte kan worden gezien en gebruikt.