Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:2

beoordeling van de aanvraag

Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken gemeente Tilburg

1.. Het college beoordeelt of de aanvrager aan de volgende criteria voldoet. De aanvrager betreft een natuurlijk persoon. De aanvrager staat met woonadres in de basisregistratie personen ingeschreven op een adres in de gemeente Tilburg. De aanvrager beschikt over een geldige gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van het BABW, met aanduiding van hoofdletter B, al dan niet in combinatie met hoofdletter P, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het RGpg. In afwijking van de vorige volzin kan een gehandicaptenparkeerkaart met aanduiding van de hoofdletter P zonder combinatie met hoofdletter B worden aangenomen, indien de aanvrager minderjarig is. Het erf van het woonadres als bedoeld in onderdeel b voorziet niet in de mogelijkheid, en kan na een toegestane aanpassing door of in opdracht van de aanvrager niet voorzien in de mogelijkheid, om op dat erf het voertuig uit het tweede lid te parkeren. Het criterium uit de vorige volzin vindt geen toepassing als de aanvrager, niet op een acceptabele wijze in en uit het voertuig kan komen of naar verwachting zal kunnen komen als het voertuig aldaar geparkeerd is. 2.. Het college beoordeelt of het voertuig, waarvan het kenteken op de aanvraag staat vermeld, aan de volgende criteria voldoet. Het voertuig betreft een personenauto of een brommobiel. De kentekenhouder staat met woonadres in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres als bedoeld in het eerste lid onderdeel b. Indien een niet-natuurlijke persoon als kentekenhouder geregistreerd staat, toont de aanvrager middels schriftelijke stukken het verband tussen hem en de niet-natuurlijke persoon aan. De vorige volzin is eveneens van toepassing indien de kentekenhouder een natuurlijke persoon betreft die een eenmanszaak voert. Het parkeren van het voertuig is, gelet op het voertuigtype en de omvang, niet in strijd of kan, zonder gewijzigde omstandigheid aan het voertuig, niet in strijd komen met een bepaling uit de APV. 3.. Het college beoordeelt de mogelijkheid van het aanwijzen van een parkeerplaats als gehandicaptenparkeerplaats aan de hand van de volgende criteria. Binnen een straal van honderd meter, gemeten vanaf de voordeur van het woonadres uit het eerste lid onderdeel b, bevindt zich aan de weg een parkeervoorziening die niet ongeschikt is om aan te wijzen als gehandicaptenparkeerplaats met vermelding van een kenteken. Indien er zich binnen een straal van honderd meter geheel geen parkeerplaats bevindt, wordt de beoordeling uit de vorige volzin herhaald, doch binnen een straal van driehonderd meter. De verkeersveiligheid, de bereikbaarheid of de doorstroming van het verkeer komen, naar oordeel van het college, door de inrichting van de parkeerplaats als bedoeld in onderdeel a als gehandicaptenparkeerplaats niet in het gedrang. Voor een ander voertuig van de aanvrager of een van zijn medebewoners op hetzelfde woonadres is geen gehandicaptenparkeerplaats op kenteken gerealiseerd. 4.. De aanvraag die niet voldoet aan een van de criteria uit de vorige leden, wordt afgewezen. Indien op het moment van de aanvraag nog geen kenteken opgegeven kan worden, wordt de aanvraag wel behandeld, met dien verstande dat de toetsing aan de criteria uit het tweede lid niet eerder uitgevoerd kan worden dan nadat de aanvraag is aangevuld met het kenteken. Afwijzing van de aanvraag volgt alsnog als niet binnen acht weken na de indiening van de aanvraag de aanvulling wordt ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel