Naar hoofdinhoud
1.. Het recht op verblijf in de gemeentelijke opvang eindigt als een Ontheemde de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen zonder dat het college hiervan op de hoogte te stellen. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt niet tot beëindiging van de opvang overgegaan als: Er vooraf op basis van individuele omstandigheden toestemming is gegeven voor langer verblijf elders; Er een aantoonbare medische noodzaak is voor langer verblijf elders; Er aantoonbaar dringende redenen zijn op basis waarvan het langer verblijf elders noodzakelijk blijkt. 3.. De datum van beëindiging van het recht op verblijf in de gemeentelijke opvang als aangegeven in het eerste lid is: Bij definitief vertrek, de eerste dag volgend op de dag van vertrek; Bij geen melding vooraf, de 29e dag na constatering van het vertrek of op de 29e dag waarop duidelijk is dat de ontheemde al 28 dagen elders verblijft; Als de Ontheemde, in situatie a en b, zich niet heeft uitgeschreven uit de BRP dan gebeurt dit ambtshalve; Bij terugkeer na 28 dagen heeft de ontheemde ongewijzigd recht op opvang, maar dit kan op een andere opvanglocatie of in een andere gemeente zijn, mits hij/zij op het moment van terugkeer voldoet aan de dan geldende regels.

Rechtspraak bij dit artikel