1 . De voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de commissies worden aange-wezen door de raad uit zijn midden, voor de duur van de zittingsperiode van de raad. De voorzitter heeft geen stem in de vergadering.
De commissies bestaan uit tenminste één en ten hoogste drie leden van elke raadsfractie. Bij de behandeling van een agendapunt treedt één lid namens de fractie op als woordvoerder.
De aanwijzing van de vaste leden en plaatsvervangende leden van de commissies vindt door en uit het midden van de onderscheiden raadsfracties plaats.
Voor aanwijzing als commissielid kunnen ook in aanmerking komen personen die bij de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen op een lijst van een in de raad gekozen fractie voorkomen en als zodanig eveneens op een daartoe door de raad vastgestelde lijst van lijstopvolgers/fractieassistenten voorkomen.
Het lidmaatschap van een commissie eindigt wanneer de betrokkene geen deel meer uitmaakt van de raad, dan wel van de lijst van fractieassistenten is verwijderd.
In tussentijds openvallende plaatsen in een commissie wordt binnen zes weken na het openvallen of - indien gelijktijdig een vacature in de raad is ontstaan - binnen zes weken nadat het ter vervulling van die vacature benoemde lid zitting in de raad heeft genomen, voorzien.