Naar hoofdinhoud
1.. Het college biedt brede ondersteuning op basis van de gestelde Rijks brede doelen op de vijf leefgebieden: wonen: veilige en betaalbare plek om te wonen; financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren; gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbinnen kinderen zich kunnen ontwikkelen; zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid; werk: duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces en met minimaal de beschikking over een startkwalificatie. 2.. Het college kan aanvullend op ondersteuning een vergoeding van goederen en diensten verstrekken, mits dit naar het oordeel van het college aantoonbaar kan bijdragen aan de doelen in het plan van aanpak en noodzakelijk zijn voor het herstel van de persoon binnen de personenkring. Het recht op brede ondersteuning staat niet gelijk aan het recht op vergoeding. De beginselen van proportionaliteit, redelijkheid en noodzaak zijn hierin het uitgangspunt. 3.. Als een vergoeding voor goederen en diensten verstrekt wordt, bepaalt het college de hoogte van het bedrag op basis van aangeleverde offertes voor deze goederen of diensten die tijdens de periode van het opstellen van het plan van aanpak worden aangevraagd. Deze vergoedingen worden in de norm eenmalig verstrekt. Het college kan afwijken van de eenmaligheid van vergoedingen voor goederen en diensten zoals gesteld in artikel 5, lid 3 indien een meervoudige vergoeding naar het oordeel van het college bijdraagt aan de te behalen doelen en gemotiveerd is opgenomen in het plan van aanpak. De vergoeding kan in zulke gevallen meervoudig verstrekt worden tot en met één jaar nadat de nazorgperiode is afgerond. In periode van zowel de brede ondersteuning als de nazorg bespreekt de consulent brede ondersteuning samen met de gedupeerde de duur van de verstrekking en wordt de (mogelijk) gedupeerde inwoner voorbereid op het moment dat de verstrekking afloopt. 4.. Een vergoeding voor kosten van goederen of diensten die voorafgaand aan de aanvraag voor brede ondersteuning zijn gemaakt wordt alleen met terugwerkende kracht verstrekt als: de betreffende goederen of diensten naar het oordeel van de consulent bijdragen aan herstel en een nieuwe start; en er een aantoonbare noodzaak is. De consulent brede ondersteuning kan de gedupeerde om aanvullende bewijsstukken vragen ter onderbouwing van de kosten. 5.. Het college kan indien er een voorliggende voorziening beschikbaar is besluiten een vergoeding af te wijzen. Bijzondere bijstand en minimaregelingen kunnen niet als een voorliggende voorziening worden gezien aangezien inkomen en vermogen hierin bepalend zijn. 6.. Het ontvangen compensatiebedrag of de tegemoetkoming van het UHT wordt niet gebruikt bij de afweging om ondersteuning in te zetten. Het compensatiebedrag is een schadevergoeding en niet bedoeld voor herstel in de zin van deze beleidsregels. 7.. De noodzaak en vorm van de ondersteuning wordt vastgesteld door de consulent brede ondersteuning, rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten en de lichamelijke en psychische gesteldheid van de gedupeerde. Deze ondersteuning is te allen tijde maatwerk en kan niet met anderen vergeleken worden. 8.. De ondersteuning vindt in de norm plaats op basis van vertrouwen. Er kan – indien naar het oordeel van het college sprake is van een uitzonderlijk geval - verzocht worden om aanvullende bewijsstukken om te kunnen beoordelen of de in te zetten ondersteuning bijdraagt aan herstel en het maken van een nieuwe start.

Rechtspraak bij dit artikel