Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 17.

Hoogte van een pgb

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2025

1.. De hoogte van een pgb: bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura; wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het pgb voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen: Professionele aanbieder: tot deze groep behoren personen die: werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 13 aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de uit het pgb te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het handelsregister en voldoen aan de voorwaarden zoals omschreven in artikel 13 Informele aanbieder: tot deze groep behoren personen die tot het sociale netwerk behoren, zoals familie, vrienden, kennissen. 3.. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan, tenzij de voorziening als een maand- of jaarbudget wordt verstrekt. 4.. een informele aanbieder als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan ook een symbolische tegemoetkoming van € 141 (of lager) of een door het college vastgestelde tegemoetkoming voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding en reiskosten ten behoeve van hulp per kalendermaand worden betaald. 5.. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 6.. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: kosten voor bemiddeling; kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; 7.. Het college kan de SVB gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het redelijk vermoeden bestaat dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel