Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 20.

Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2025

1.. Een inwoner is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van collectief vraagafhankelijk vervoer (Wmo), ter hoogte van een tarief dat nader door het college wordt vastgesteld. Dit bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het reizen met het regulier openbaar vervoer. De inwoner betaald geen landelijk vastgesteld tarief per maand, in afwijking van artikel 2.1.4a van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2.. Een inwoner met een kortingspas voor de Valleihopper kan standaard maximaal 2.500 kilometer met het collectief vraagafhankelijk vervoer reizen per jaar, of een evenredig aantal kilometers berekend naar het aantal maanden. Op basis van onderzoek kan het maximaal aantal kilometers opgehoogd worden door het college, mits de geldende contracten van de Valleihopper hiervoor ruimte bieden. 3.. Pashouders kunnen tegen het kortingstarief reizen in een gebied van 25 kilometer rondom het woonadres op basis van de kortste route naar een bestemming. 4.. Als op medische indicatie begeleiding van de pashouder tijdens het gebruik van het collectief vervoer noodzakelijk is, is de rit voor de begeleider gratis. 5.. Als op sociale indicatie begeleiding van de pashouder tijdens en na het gebruik van het collectief vervoer nodig is, dan betaalt de pashouder behalve voor zichzelf ook voor de begeleider het tarief zoals bedoeld in artikel 23 lid 6. 6.. De kostprijs van een algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel