**1..** Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:
Dat het college waar mogelijk samenwerking zoekt met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;
dat het college toezichthouders aanwijst die toezicht houden op de kwaliteit en de rechtmatigheid van de verstrekte voorzieningen;
dat het college afspraken maakt met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;
dat het college periodiek onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, naar het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.
Dat het college de looptijd beperkt van de indicaties of periodieke controles uitvoert bij langlopende indicaties;
Dat het college een grondige toets uitvoert aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op:
de regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen conform artikel 14;
de kwaliteit van de invulling van het door de cliënt en de pgb-aanbieder te overleggen ondersteuningsplan mede met het oog op de te bereiken resultaten conform artikel 14;
dat het college het gebruik van het pgb monitort en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen.
Hoofdstuk 5.
Artikel 25.
Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Scherpenzeel 2025