Naar hoofdinhoud
Overtreding van de verboden bedoeld in artikel 8, 21, of 22 van de wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. De in het vorige lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste: voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8 van de wet, eerste lid, ten hoogste € 450,-; voor overtredingen van het verbod bedoeld in artikel 8 van de wet, tweede lid, ten hoogste € 22.500,-. de verboden, bedoeld in de artikelen 21 en 22 van de wet, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt: voor de eerste overtreding en herhaalde overtreding na één jaar: € 5.000,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en € 7.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie; voor herhaalde overtreding binnen één jaar: € 18.500,- voor niet-bedrijfsmatige exploitatie en € 18.500,- voor bedrijfsmatige exploitatie. In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8 van de wet, tweede lid, ten hoogste € 90.000,- indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering door een toezichthouder van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel