De Omgevingswet maakt bij het bouwen van een bouwwerk onderscheid tussen een technisch en een ruimtelijk deel. Er is dus een knip tussen de ‘bouwactiviteit omgevingsplan’ en de ‘bouwactiviteit technisch'. Vaak zijn beide benodigd om een bouwwerk te kunnen realiseren.
Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een binnenplanse bouwactiviteit, brandveilig gebruik, vellen van een houtopstand, aanleggen van uitwegen, plaatsen van handelsreclame, e.d. worden behandeld en afgehandeld door de vergunningverleners bouw (coördinatoren Omgevingsvergunningen). Om dergelijke aanvragen integraal te kunnen behandelen worden in de meeste gevallen deze aanvragen voor advies voorgelegd aan onder andere:
De VrU
De OdrU
De welstandscommissie ‘MooiSticht’
Specialisten groen, wegen, riolen en verkeer en milieu
Het aantal aangevraagde omgevingsvergunningen is in 2024 hoger dan het jaarlang gemiddelde. Deze toename is terug te voeren op de inwerkingtreding van Omgevingswet per 1 januari 2024. Door de ‘knip’ van de bouwactiviteit worden de 2 benodigde omgevingsvergunningen meestal los van elkaar aangevraagd, waardoor het totaal aantal vergunningen voor de bouwactiviteiten is toegenomen. Voor het afhandelen van de toegenomen aanvragen is gebruik gemaakt van externe inhuur.
Er is ook een verschuiving te zien van bedrijfsgerelateerde aanvragen naar het aantal woninggerelateerde aanvragen. Dit heeft voornamelijk te maken met de woningbouw in
Veenendaal-Oost en De Groene Grens.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Evaluatie omgevingsvergunningen voor bouw
Onderdeel van Jaarverslag Vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024