Het Algemeen Bestuur stelt de begroting op een zodanig tijdstip vast dat toezending aan gedeputeerde staten voor 15 september gewaarborgd kan worden.
Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk 30 april - of zoveel eerder als nodig is voor behandeling in de raden van de gemeenten (rekening houdend met een zienswijzeperiode van 12 weken) - aan het Algemeen Bestuur en de raden van de gemeenten
De Raden kunnen omtrent de ontwerpbegroting gedurende 12 weken aan het Dagelijks Bestuur hun zienswijzen over de begroting kenbaar maken.
Het Dagelijks Bestuur deelt schriftelijk en gemotiveerd aan de raden van de gemeenten mee wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid.
Na vaststelling van de begroting zendt het Dagelijks Bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten.
Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
De begroting, alsmede de besluiten tot wijziging daarvan, worden binnen twee weken na de vaststelling door het Algemeen Bestuur, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, door het Dagelijks Bestuur aan Gedeputeerde Staten gezonden.
HOOFDSTUK 11
Artikel 24
De begroting
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING LEK-MERWEDE