Elke gemeente kan bij besluit van het college de deelneming aan deze regeling opzeggen. De opzegging wordt, vergezeld van een inhoudelijke motivatie, per aangetekend schrijven ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur;
Beëindigen van de deelneming aan de regeling kan alleen op 1 januari. De opzegtermijn bedraagt 13 maanden.
De Algemeen Manager verstrekt de uittredende gemeente een bestand van haar lichtobjecten en de materialisatie daarvan. De daarmee gemoeide kosten zijn voor rekening van de uittreder;
De regeling wordt door uittreder gevrijwaard van aansprakelijkheid voor de eventuele onvolledigheid en/of onjuistheid van de inhoud van het overgedragen bestand als bedoeld in lid 3;
Uittreder is een vergoeding verschuldigd aan de regeling ter overbrugging van de tijd waarin de regeling zich kan aanpassen aan de ten gevolge van de uittreding gewijzigde omstandigheden;
De in lid 5 bedoelde vergoeding wordt berekend op basis van de vaste kosten van de regeling in het laatste kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden;
Het uittredebedrag wordt als volgt bepaald;
Het aandeel van uittreder per lichtobject is gelijk aan de in lid 6 bedoelde kosten gedeeld door het totaal aantal lichtobjecten in beheer bij de regeling per 31 december voorafgaande aan het jaar van uittreden;
Vervolgens wordt het verschil bepaald tussen het in lid 7 onder a. bepaalde bedrag per lichtobject en de bijdrage per lichtobject voor het basispakket over het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden;
Daarna wordt het procentuele aandeel in de omzet plustaken bepaald over het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van uittreden van de niet uittredende deelnemers;
Dit percentage wordt vermenigvuldigt met de uitkomst van de berekening in lid 7 onder b.;
De uitkomst van lid 7 onder d. wordt afgetrokken van het bedrag per lichtobject zoals berekend in lid 7 onder a.;
Het overblijvende bedrag wordt vermenigvuldigt met het aantal lichtobjecten van uittreder per 31 december voorafgaande aan het jaar van uittreden;
Van het aldus bepaalde bedrag is uittreder over het jaar van uittreden (het jaar t) 100% verschuldigd. Over het jaar t+1 80%, over het jaar t+2 60%, over het jaar t+3 40% en over het jaar t+4 20%;
Het uittredebedrag zal ineens na datum van uittreden volledig in rekening worden gebracht;
De regeling zal het uittredebedrag toevoegen aan een te vormen voorziening ter dekking van de af te bouwen vaste kosten in de jaren zoals genoemd in lid 7 onder g.;
Uittreder heeft recht op haar aandeel in het vrije eigen vermogen (dus het eigen vermogen verminderd met de bestemmingsreserves) van de regeling per 31 december van het jaar voorafgaande aan het jaar van uittreden. Haar aandeel is gelijk aan bedoeld vermogen gedeeld door het totaal aantal lichtobjecten in beheer van de regeling en vermenigvuldigd met het aantal lichtobjecten daarin van de uittredende gemeente per genoemde datum;
Het in lid 10 bedoelde bedrag zal op de uittredefactuur worden vermeld;
Het Algemeen Bestuur zal in haar besluitvorming rekening houden met het effect dat het uittreden heeft op levensvatbaarheid van de achterblijvende organisatie. Indien naar het oordeel van het Algemeen Bestuur het uittreden leidt tot het ontbinden van de regeling kan de uittredende gemeente geen beroep doen op toepassing zondermeer van de onderhavige uittreedregeling. In dat geval zullen de liquidatiekosten worden bepaald alsmede de verdeling daarvan over de gemeenten, zie artikel 32, lid 4 van deze regeling;
Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten.
HOOFDSTUK 12
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING LEK-MERWEDE