**1..** Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning verstrekt de aanvrager in ieder geval de volgende informatie, gegevens en bescheiden:
de samenstelling van het huishouden waarmee de aanvrager de woonruimte wil betrekken;
het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft;
voor zover dat niet uit de in het tweede lid bedoelde legitimatiebewijzen blijkt: bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager en de leden van diens huishouden voldoen aan het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet en behoren tot een in artikel 2.1.2 aangewezen categorie woningzoekenden;
stukken waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat het huishouden van de aanvrager na verlening van de aangevraagde huisvestingsvergunning de woonruimte ook daadwerkelijk in gebruik kan nemen;
de over het afgelopen belastingjaar door de Belastingdienst afgegeven inkomensverklaring.
**2..** De aanvrager kan door het college van burgemeester en wethouders verzocht worden om diens legitimatiebewijs en dat van de leden van diens huishouden te tonen.
**3..** Het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag om huisvestingsvergunning binnen veertien dagen na de dag van ontvangst daarvan.
**4..** De in het vorige lid bedoelde termijn kan éénmaal met ten hoogste veertien dagen verlengd worden.
**5..** Het college van burgemeester en wethouders kan per in artikel 2.1.1 aangewezen categorie woonruimte nadere regels stellen ten aanzien van de wijze van indienen van een aanvraag om een huisvestingsvergunning.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.
Artikel 2.1.3.
De aanvraag om een huisvestingsvergunning
Onderdeel van Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025