Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10

Te overleggen documenten

Onderdeel van Verordening op het beheer van de begraafplaatsen Hendrik-Ido-Ambacht 2025

1.. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven dan wel een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document is afgegeven aan de beheerder. 2.. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd en ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.. Begravingen van foetussen mag slechts geschieden indien van tevoren een verklaring van een arts is overlegd waarin staat dat de foetus jonger dan 24 weken is. 4.. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke grafrusttermijn van tien jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder verlenging van de huidige uitgiftetermijn. De uitgiftetermijn dient zodanig verlengt te worden, dat de wettelijke grafrusttermijn geborgd is. Verlenging kan met periodes van vijf jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. 5.. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel