Naar hoofdinhoud
1.. De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt door de beheerder. 2.. Tot begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat: de beheerder heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen 9 (kennisgeving begraven en asbezorgen), 10 (openen en sluiten van een graf), 11 (te overleggen documenten) opgenomen vereisten is voldaan; en het personeel van de begraafplaats bij begraving van een stoffelijk overschot de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op het overlegde document, op grond van artikel 8, lid 2 van de Wet op de lijkbezorging. Dit document bevat tevens de namen, de overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel de geslachtsnaam en een verklaring van een arts van de levenloos geborene.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel