Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2.

Nieuwe wet- en regelgeving

Onderdeel van Beleidsnota voor het verbranden van besmettelijk ziek hout in de open lucht Rivierenland

Onder de Omgevingswet vervalt de mogelijkheid om op grond van de Wm een ontheffing aan te vragen en moet op grond van artikel 3.40 e van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) een vergunning aangevraagd worden alvorens resthout verbrand mag worden. Dit is een wijziging ten opzichte van het oude regime onder de Wm, waar op grond van artikel 10.63 Wm een ontheffing voor het stookverbod verleend kon worden. De vergunningplicht brengt met zich mee dat de aanvrager moet onderbouwen dat de stookactiviteiten geen milieuverontreiniging ten gevolg hebben, dan wel dat verontreinigingen zoveel mogelijk worden voorkomen (artikel 8.9 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Bij het verbranden van resthout in de open lucht zal dit veelal niet door de aanvrager onderbouwd kunnen worden. Dit omdat betere, schonere alternatieven voorhanden zijn voor het verbranden van resthout, zoals het opstapelen tot houtwallen. Alleen bij het verbranden van ziek hout kan in bepaalde gevallen onderbouwd worden dat verbranding noodzakelijk is, gelet op het belang van het voorkomen van (verdere verspreiding van) boomziekten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel