Werkzaamheden aan- of bij groenvoorzieningen en bomen worden zoveel mogelijk vermeden. Is dit toch onvermijdelijk dan wordt eerst overleg gevoerd met de toezichthouder en groenbeheerder van de gemeente, ongeacht of er sprake is van een verlegging in een nieuw- of een bestaand tracé. De gemeente hanteert als uitgangspunt de regels welke zijn opgenomen in de meest recente versie van het Handboek Bomen.
Bij het indelen van leidingen in de nabijheid van bomen is het uitgangpunt dat er geen bomen worden gekapt, maar gepasseerd worden door middel van een boring, persing of handmatig graven. Wanneer het echt noodzakelijk is een boom te kappen moeten afspraken hierover worden gemaakt met de vergunningverlener. Daarnaast is voor het kappen van een boom altijd een kapvergunning vereist. Voor de minimale afstand tussen boom en leiding, is de uiteindelijk te bereiken boomgrootte bepalend. Er mogen geen graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen kwetsbare boomzones, tenzij er afspraken hierover zijn gemaakt met de toezichthouder en/of groenbeheerder van de gemeente. Zie hoofdstuk 5.4.13.
Minimale afstand kant sleuf in relatie tot stamdiameter van de boom en stabiliteitskluit, zie Handboek Bomen Bijlage 2.