Via de Aanvullingswet bodem en Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet worden de regels voor de bodem onderdeel gemaakt van de Omgevingswet. De leidingexploitant is verplicht uit te zoeken of de bodem ter plekke van het leidingtracé verontreinigd is2Het verzamelen van informatie over de kwaliteit van de bodem, het verkrijgen van toestemming om te graven bij het bevoegd gezag en de extra uitvoeringskosten als gevolg van bodemverontreiniging zijn geheel voor rekening van de leidingexploitant.. Daarvoor kan hij:
Bij de Omgevingsdienst Zuid Holland zuid (OZHZ) navragen of er informatie beschikbaar is over de bodemkwaliteit.
Dit kan via www.ozhz.nl of telefonisch 078 - 770 85 85. Aan het nazoeken in het archief van OZHZ zijn mogelijk kosten verbonden voor de aanvrager.
Bij geen of onvoldoende informatie kan in het kader van arbowetgeving de leidingexploitant een bodemonderzoek laten uitvoeren door een gecertificeerd onderzoeksbureau.
Eventuele onderzoekskosten komen voor rekening van de leidingexploitant.
In geval van ernstige bodemverontreiniging, en er geen alternatief tracé in overleg met de vergunningverlener is overeengekomen, moeten graafwerkzaamheden volgens de daarvoor geldende procedures worden gemeld bij het bevoegd gezag (OZHZ) en wordt CROW 400 van kracht. Uitvoering van de werkzaamheden mag dan alleen plaatsvinden op basis van een goedgekeurd saneringsplan (en BUS-melding). Bodemverontreinigingen die onverwacht tijdens het graafwerk aan het licht komen, dienen direct aan het bevoegd gezag (OZHZ) en aan de toezichthouder te worden gemeld, waarna voortzetting van de werkzaamheden moet worden afgestemd met het bevoegd gezag.
Kosten die voortvloeien ten gevolge van eventuele sanering komen ten laste van de leidingexploitant.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4
Artikel 5.4.7
Bodemverontreiniging
Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen HW 2025