Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

Storingsdienstvergunning

Onderdeel van Regeling parkeervergunningen 2026

1.. Aanvragers komen voor een storingsdienstvergunning in aanmerking als zij naar het oordeel van het college in verband met de uitoefening van hun beroep en/of bedrijf in meerdere parkeersectoren meer dan tien keer per twee maanden aangewezen zijn op het gebruik van een motorvoertuig en de desbetreffende werkzaamheden onregelmatig zijn voor wat betreft hun aanvang, tijdsduur en plaats (bedoeld voor aannemers, installateurs, schilders, e.d.). 2.. Daartoe kan een overzicht van alle, over een periode van twee maanden voorafgaand aan de vergunningaanvraag, gemaakte ritten worden gevraagd. Dit overzicht moet dag, datum, tijdstip vertrek, bestemming, tijdstip terugkomst en afgelegde kilometers omvatten. 3.. Met de storingsdienstvergunning mag worden geparkeerd op de vergunninghouderparkeerplaatsen en op de parkeerapparatuurplaatsen binnen de parkeersector waar men op dat moment werkzaam is. 4.. De storingsdienstvergunning mag alleen worden gebruikt voor het parkeren van een motorvoertuig dat direct noodzakelijk is voor de uitvoering van de storings-, onderhouds- en/of reparatiewerkzaamheden. 5.. In aansluiting op het bepaalde in artikel 9, lid 2, kan een storingsdienstvergunning worden verleend voor maximaal vijftien motorvoertuigen waarvan de aanvrager houder is. Een vergunning is slechts voor één motorvoertuig tegelijk geldig.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel