Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 7

Voorschriften voor het in werking stellen van parkeerapparatuur

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit gereguleerd parkeren 2026

1.. Voor het betaald parkeren geschiedt het in werking stellen van de parkeerapparatuur door het opgeven van het kenteken van het te parkeren motorvoertuig en betaling van de gewenste parkeerduur. 2.. Betaling geschiedt langs elektronische weg op de wijze die op of bij de parkeerapparatuur is vermeld of uit de parkeerapparatuur blijkt. 3.. In afwijking van het bepaalde onder lid 1 en 2 kan het in werking stellen van de parkeerapparatuur ook geschieden door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer van het bedrijf/de bedrijven waarmee de gemeente Zwolle een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon en/of internet. Hiertoe dient de belastingplichtige geregistreerd te zijn bij dit bedrijf. De aanvang van het parkeren meldt de belastingplichtige door de gebiedscode via een mobiele telefoon of via een ander communicatiemiddel door te geven aan het bedrijf. De belastingplichtige neemt daarbij de overige voorwaarden van het bedrijf in acht. Wanneer niet aan voornoemde voorwaarden is voldaan, is het vermelde onder lid 1 en 2 van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel