Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; of
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet binnen de in de vergunning genoemde termijn in gebruik heeft genomen; of
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.9
Artikel 2.9.6
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Uithoorn 2025