**1..** Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 en 22 van de wet wordt in ieder geval:
de voorwaarde verbonden dat van de vergunning gebruik moet worden gemaakt binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn.
**2..** Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 en 22 van de wet kunnen, onverminderd het bepaalde in het vorige lid, voorts voorwaarden en voorschriften worden verbonden indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is:
ter bescherming van het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad;
ter voorkoming van een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; of,
ter voorkoming van ernstige overlast, ernstig gevaar of vervuiling.
**3..** Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, kunnen aan een onttrekkingsvergunning door of ten behoeve van sloop van in artikel 2.1.1, tweede lid, bedoelde woonruimte voorwaarden en voorschriften worden verbonden op grond waarvan de vergunninghouder gehouden is om, indien hij van de onttrekkingsvergunning gebruik maakt, binnen een bepaalde termijn bepaalde categorieën en aantallen woonruimte aan de woningvoorraad toe te voegen en toegevoegd te houden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.5
Aan een vergunning te verbinden voorwaarden en voorschriften
Onderdeel van Huisvestingsverordening Uithoorn 2025