**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.
**2..** In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Wet: de Participatiewet (PW);
Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert;
Bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35, lid 1 van de wet;
Draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende moet aanwenden om in de bijzondere kosten te voorzien;
Draagkrachtperiode: de periode waarover de financiële draagkracht van de belanghebbende wordt vastgesteld;
De bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 onder c van de wet exclusief vakantietoeslag en met dien verstande dat de zogenaamde kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet bij de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand buiten toepassing blijft. In dat geval wordt aangesloten bij de bijstandsnorm zoals die van toepassing zou zijn wanneer er geen sprake zou zijn geweest van de kostendelersnorm;
Inkomen: het netto maandinkomen waarover belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken exclusief vakantietoeslag, dertiende maand en eenmalige beloningen van de belanghebbende;
Voorliggende voorziening: een voorziening buiten de wet, die naar aard en doel geacht wordt toereikend en passend te zijn voor de belanghebbende, waardoor geen recht op bijzondere bijstand bestaat. Hierbij wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 5 en 15 van de wet.
Zelfstandige: de zelfstandige als bedoeld in artikel 1 van het Bbz 2004
Netteringspercentage als bedoeld in artikel 5: het percentage bedoeld in artikel 6, lid 2, van het Bbz 2004, of bij een onderneming met rechtspersoonlijkheid het vennootschaps-belastingpercentage
Werkplein: ISD Werkplein Hart van West-Brabant
Hoofdstuk 1
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Zundert 2025