Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Toetsing recht op een gesubsidieerde kindplaats

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen en SMI gemeente Son en Breugel 2025

Tijdens het toetsen of een kind in aanmerking komt voor een peuterplaats, peuterplaats VE, een gewenning peuterplaats VE of SMI-plaats stelt de houder jaarlijks vast of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de ondertekende “Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” in combinatie met een Inkomensverklaring van alle ouders. Als ouders geen “Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag” willen overleggen, dan verleent het college aan de houder geen subsidie voor de kindplaats die het kind bezet houdt. Als de ouder geen inzicht wenst te verschaffen in de hoogte van het inkomen, via een inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden en ontvangt houder subsidie voor deze kindplaats. De ouder valt dan echter automatisch in de hoogste inkomenscategorie van de VNG adviestabel ouderbijdrage. De houder toetst bij de ouders of het kind niet al bij een andere kinderopvangorganisatie een gesubsidieerde kindplaats bezet. Is dat wel het geval, dan is een tweede gesubsidieerde kindplaats voor het betreffende kind niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel