1. Een huishouden van maximaal twee personen, waarvan beide personen de AOW-leeftijd hebben bereikt;
2. Er is op moment van de vergunningaanvraag geen sprake van een zorgindicatie op basis van de Wmo;
3. Er is een familiaire relatie tussen de bewoner(s) van de prémantelzorgwoning en de bewoner(s) van de hoofdwoning, welke zijn ingeschreven in de BRP op de voornoemde woningen.