Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening verduurzaming eigen woning minima Zwolle 2025

1.. Een aanvraag wordt door het college geweigerd als: de aanvrager en/of diens partner als vreemdeling niet rechtmatig verblijf houdt in Nederland in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000; de aanvrager zijn woning in de verkoop heeft ten tijde van het besluit op de aanvraag; de woning – waarvoor de aanvraag is ingediend -volgens een bouwkundig adviseur van de gemeente reeds goed geïsoleerd is; de aanvrager eerder een bijdrage heeft ontvangen op grond van deze Verordening voor aanpassingen aan zijn woning; de aanvrager, de eventuele partner en inwonende minderjarige kinderen beschikken over een vermogen dat de vastgestelde inkomens- en/of vermogensgrens overschrijdt; indien de woningaanpassingen primair een commercieel doel hebben of in strijd zijn met enig wettelijk voorschrift. 2.. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing als de aanvrager en diens partner als vreemdeling na rechtmatig verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8 onder a tot en met e en l van de Vreemdelingenwet 2000, rechtmatig in Nederland verblijf heeft op grond van artikel 8, onder g of h van de Vreemdelingenwet 2000. 3.. Indien een situatie zoals genoemd in lid 2 zich slechts ten aanzien van één van de partners voordoet, wordt de partner op wie het gestelde in lid 2 van toepassing is, bij de beoordeling of er aanspraak bestaat op woningaanpassingen buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel