Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Landelijke aanpak geldzorgen, armoede en schulden

Onderdeel van Beleidskader armoede en schulden Gouda 2025-2029 De cirkel doorbreken

Het Rijk heeft de afgelopen jaren diverse incidentele maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat (kwetsbare) huishoudens de verschillende crises op konden vangen. Zo hebben ondernemers tijdens de coronacrisis een uitkering ontvangen, is de energietoeslag uitgekeerd en is er een tijdelijk energieprijsplafond ingevoerd. Naast deze incidentele maatregelen vraagt de aanpak van armoede en schulden vooral ook om een structurele aanpak. Sinds 2022 is er een landelijke meerjarige Aanpak geldzorgen, armoede en schulden opgesteld, met daarin hoge ambities. Vanuit landelijk beleid wordt er gestreefd naar bestaanszekerheid. Deze ambitie is vertaald naar 3 kwantitatieve doelen ten opzichte van 2015. Deze doelen sluiten aan bij doel 1 van de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties: ‘beëindig armoede overal en in al haar vormen’. Ministers uit diverse departementen werken samen om deze doelen te bereiken. Gezamenlijk hebben zij het implementatieplan Aanpak, geldzorgen, armoede en schulden 2022-2025 opgesteld waarin de volgende doelen en bijbehorende aandachtspunten zijn opgenomen:13https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/18/implementatieplan-aanpak-geldzorgen-armoede-en-schulden Halvering van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2025. Bij dit doel benadrukt het Rijk dat gezinnen met 3 of meer kinderen vaker te maken hebben met een inkomen dat structureel te laag is. De kans hierop is groter in gezinnen waarbij de ouders te weinig of niet werken. Ook wordt het belang genoemd van het doorbreken van intergenerationele armoede, waaronder door de inzet op kansengelijkheid, de ontwikkeling van vaardigheden en sociale participatie. Halvering van het aantal mensen in armoede in 2030. Het Rijk maakt hierbij het volgende onderscheid: mensen hebben te weinig, onzeker en onvoorspelbaar inkomen, en/of hebben hogere uitgaven dan gemiddeld. Daarnaast ervaren zij een verminderd welzijn en/of verminderd doen-vermogen. Halvering van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030. Hierbij worden door het Rijk als belangrijkste oorzaken genoemd dat een groot aantal huishoudens betalingsachterstanden ontwikkelen, die in een snel tempo verergeren. Deze huishoudens zoeken en krijgen niet snel genoeg passende en effectieve hulp. Bovendien vallen huishoudens na herstel regelmatig terug in problematische schulden. Inmiddels zijn er door het Rijk diverse wijzigingen doorgevoerd die een positief effect hebben gehad op deze doelen. Uit de koopkrachtberekeningen van het NIBUD blijkt dat het inkomen van huishoudens met meerdere kinderen hoger is geworden.14https://www.nibud.nl/nieuws/koopkracht-verbetert-voor-bijna-alle-huishoudens/ Ook is het wettelijk minimumloon in 2023 met 10% verhoogd, daarmee zijn ook uitkeringen zoals de bijstand en de AOW hoger geworden. Het Rijk heeft daarnaast extra middelen ingezet om ervoor te zorgen dat mensen die leven in armoede zoveel mogelijk mee kunnen doen. Zo is er budget vrijgemaakt voor het organiseren van schoolmaaltijden en zijn er subsidies verleend aan fondsen voor het opzetten van uitgiftepunten van menstruatieartikelen. Ook wat betreft het terugdringen van het aantal huishoudens dat te maken heeft met problematische schulden zijn er een aantal acties ondernomen. De standaard duur van een schuldregeling is gehalveerd en er is extra ingezet op vroegsignalering waardoor het bereik groter is geworden.15https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/12/19/voortgang-aanpak-geldzorgen-armoede-en-schulden Vanuit het Regeerprogramma kabinet-Schoof zet het nieuwe kabinet zich in voor bestaanszekerheid. In dit programma is het streven opgenomen om de (kinder)armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar 2024. Daarmee lijkt het nieuwe kabinet het streven van het halveren van het aantal kinderen en volwassenen in armoede los te laten. Volgens de doorrekening van het hoofdlijnenakkoord door het Cultureel Planbureau zorgen deze plannen ervoor dat het aantal kinderen dat opgroeit in armoede in 2028 ten opzichte van 2024 gestegen zal zijn met een 0,5%. Het hoofdlijnenakkoord zet weliswaar in op het verbeteren van de situatie van gezinnen met kinderen, maar onvoldoende om te zorgen voor een toekomstige daling.16https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB_publicatie-analyse-hoofdlijnenakkoord-2025_2028.pdf

Rechtspraak bij dit artikel