Het college hanteert bij het vaststellen van een uitzonderingsgebied op grond van artikel 2.3 sub a van de Verordening Waterberging in ieder geval, doch niet uitsluitend, de volgende criteria:
Gebieden met een langdurige, hoge GHG waar infiltreren dus niet gewenst en/of mogelijk is. De definitie en criteria van een hoge grondwaterstand wordt verder gedefinieerd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Het GRP wordt elke vijf jaar geactualiseerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1:2
Uitzondering hoge grondwaterstand
Onderdeel van Beleidsregel Uitzonderingsgebieden Verordening Waterberging