Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Beleid voor de realisatie van middenhuurwoningen 2025 (25 jaar)

Onderdeel van Beleidsregels voor de realisatie van middenhuur Amsterdam

1.. Een middenhuurwoning moet als zelfstandige woning voor de duur van minimaal de eerste 25 jaar na het passeren van de notariële akte houdende erfpachtuitgifte of erfpachtwijziging waarin middenhuurwoningen onderdeel uitmaken van de bestemming, worden verhuurd als middenhuurwoning. 2.. In geval van een perceel in volle eigendom van een derde moet een middenhuurwoning als zelfstandige woning voor de duur van minimaal de eerste 25 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning, worden verhuurd als middenhuurwoning. 3.. In geval van een in erfpacht uitgegeven perceel mogen de woningen 25 jaar na het passeren van de notariële akte houdende erfpachtuitgifte of erfpachtwijziging waarin middenhuurwoningen onderdeel uitmaken van de bestemming, worden uitgepond als koopwoning zonder dat in verband hiermee een aanvullende erfpachtcanon verschuldigd is. 4.. In geval van een perceel in volle eigendom van een derde mogen de woningen 25 jaar na het onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning, worden uitgepond als koopwoning. 5.. De zakelijk gerechtigde tot middenhuurwoningen is slechts gerechtigd bij iedere nieuwe verhuring maximaal een kale aanvangshuurprijs te vragen die correspondeert met de huur behorend bij het aantal WWS-punten tot een maximum van 186 punten plus de eventuele nieuwbouwopslag van 10% als die van toepassing is, zoals bedoeld in de Wet betaalbare huur of een daarvoor in de plaats tredende wettelijke regeling. 6.. De maximale kale aanvangshuur zoals bedoeld in Artikel 1, lid 5 volgt ieder jaar per 1 januari de wettelijke indexatie. Bij gebreke van enige wettelijke regeling wordt de maximale kale aanvangshuur jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met het percentage volgend uit de verhouding van de gemiddelde CPI van de aan die 1 januari voorafgaande periode van juli tot juli tot het gemiddelde van de CPI in dezelfde periode een jaar eerder. De indexatie geldt vanaf de wettelijke huurprijs die gold op het laatste moment dat er nog een wettelijke regeling bestond. 7.. Voor lopende huurovereenkomsten met betrekking tot middenhuurwoningen geldt een jaarlijkse indexatie conform de Wet betaalbare huur of een daarvoor in de plaats tredende regeling. Bij gebreke van enige wettelijke regeling geldt voor lopende huurovereenkomsten gedurende de instandhoudingstermijn van 25 jaar zoals bedoeld in Artikel 1, lid 1 en lid 2 dat de maandhuren jaarlijks mogen worden verhoogd met maximaal de CAO-loonstijging +1%-punt zoals door het Centraal Bureau voor de Statistiek in het betreffende jaar gepubliceerd. Hiervoor wordt het tijdvak december van het voorgaande jaar tot december van het actuele jaar aangehouden. 8.. Voor middenhuurwoningen op een in erfpacht uitgegeven perceel geldt voor opvolgende verhuringen die worden aangegaan na afloop van het 20ste jaar na het passeren van de notariële akte houdende erfpachtuitgifte of erfpachtwijziging waarin middenhuurwoningen onderdeel uitmaken van de bestemming, geen privaatrechtelijke beperking van de huurprijs. 9.. Voor middenhuurwoningen op een perceel in volle eigendom van een derde geldt voor opvolgende verhuringen die worden aangegaan na afloop van het 20ste jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning, geen privaatrechtelijke beperking van de huurprijs. 10.. De middenhuurwoningen hebben een minimaal gebruiksoppervlak (GO) van 40m². 11.. Er mag geen verplichte gekoppelde verhuur van een parkeerplaats bij middenhuurwoningen plaats vinden. 12.. Bovenstaande beleidsregels doen geen afbreuk aan de wettelijke taken en bevoegdheden van de gemeente op grond van de Wet betaalbare huur.

Rechtspraak bij dit artikel