Op grond van het BBV heeft een bestemmingsreserve een bepaalde bestedingsrichting. Hierbij kan een onderscheid aangebracht worden tussen enerzijds de bestemmingsreserves met een directe relatie tot de exploitatie, zoals de reserves ter dekking van kapitaallasten. Anderzijds zijn er de bestemmingsreserves waarin ‘spaargeld’ wordt gestort waar aan door de gemeenteraad een bestemming is gegeven, maar waarvan de bestemming gemakkelijker gewijzigd kan worden.
Om het beleid met betrekking tot bestemmingsreserves te formuleren dienen ook hier keuzes gemaakt te worden. Het algemene uitgangspunt is om het aantal bestemmingsreserves te beperken, zowel qua aantal als qua omvang. Dit uitgangspunt verhoogt de inzichtelijkheid van de specifieke reserves en de inzet van middelen.
Het instellen van een nieuwe bestemmingsreserve vindt plaats wanneer er sprake is van:
Een specifiek doel met een incidenteel karakter en;
Een onderbouwde noodzaak waaruit blijkt dat:
dekking uit de exploitatie onmogelijk of onwenselijk is (omdat er gespaard moet worden);
het niet gaat om het afdekken van risico’s waarvoor de Algemene reserve dient.
De gehanteerde norm voor het niveau van bestemmingsreserves is de volgende:
De omvang van de bestemmingsreserves dient zodanig te zijn dat hieruit de toekomstige bestedingen kunnen worden gedekt. Wanneer de maximale omvang voor het aangegeven doel is bereikt dienen verdere toevoegingen achterwege te blijven.
Keuze ten aanzien van de wijze van vormen van bestemmingsreserves:
Eén bestemmingsreserve voor meerdere doelen
Per specifiek doel een bestemmingsreserve aanhouden.
Afhankelijk van doel en noodzaak van een reserve kan het meer of minder wenselijk zijn om een specifieke bestemmingsreserve te vormen. Afhankelijk van de situatie kan worden gekozen voor een bestemmingsreserve met meerdere doelen of voor een specifieke bestemming.
Bestemmingsreserve kapitaallasten
Voorheen konden investeringen met een maatschappelijk nut gedekt worden door eenmalige middelen. Door aanpassingen in het BBV worden alle investeringen vanaf 1-1-2017 geactiveerd. Op grond van het BBV is het niet toegestaan reserves in mindering te brengen op investeringen.
Door het activeren van investeringen wordt de begroting structureel belast. In bepaalde omstandigheden kan het wenselijk zijn om eenmalige middelen te reserveren in een reserve ter dekking van de kapitaallasten.
Ten aanzien van het vormen van bestemmingsreserves ter dekking van de kapitaallasten zijn er de volgende keuzes:
Vormen van één bestemmingsreserve voor het dekken van kapitaallasten van meerdere investeringen.
Vormen van bestemmingsreserves per investering voor het dekken van kapitaallasten.
Geen reserve(s) vormen.
Conform het In principe geen bestemmingsreserve kapitaallasten in stellen, tenzij de omstandigheden zodanig zijn dat dit als wenselijk gezien wordt.
Evaluatie reserves
Zoals beschreven is het uitgangspunt om het aantal bestemmingsreserves te beperken. Daarom is het belangrijk de reserves regelmatig te evalueren en worden de bestaande bestemmingsreserves jaarlijks getoetst aan de volgende criteria:
Is het doel waarvoor de reserve gevormd is nog relevant?
Is de omvang van de reserve in overeenstemming met de gestelde doelen?
Opheffen reserves
Wanneer het doel, waarvoor de reserve ingesteld is, bereikt is of wegvalt en er nog een saldo resteert, dient er een nieuwe bestemming voor dit saldo vastgesteld te worden. Er kan voor twee bestemmingen gekozen worden.
Keuze ten aanzien van het bestemmen van het saldo van bestemmingsreserves waarvan het doel is gerealiseerd of weggevallen:
Saldo bestemmingsreserve toevoegen aan de algemene reserve;
Andere bestemming toekennen aan het saldo van de reserve.
In de nota Reserves en Voorzieningen 2021 is gekozen voor keuze a, we zien geen reden om in deze nota deze keuze aan te passen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.3
Beleid bestemmingsreserves
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2025 Inclusief rentebeleid Waadhoeke