Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Voorzieningen instellen, wijzigen, doteren en onttrekken

Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2025 Inclusief rentebeleid Waadhoeke

Algemene uitgangspunten zijn: Het instellen, wijzigen of opheffen van een voorziening vindt plaats met een raadsbesluit, indien nodig aangevuld met een begrotingswijziging. Het kan voorkomen dat een voorziening moet worden gevormd op grond van het BBV, bijvoorbeeld voor een toekomstige verplichting of verlies, waarbij de raad niet vooraf heeft besloten om de voorziening in te stellen. In dat geval wordt de voorziening bij het vaststellen van de jaarrekening door de raad formeel bekrachtigd. In het raadsvoorstel voor het instellen van een nieuwe voorziening wordt ingegaan op het doel (inclusief de koppeling met een taakveld), de aard en omvang en de grondslag voor mutatie van de voorziening. De hoogte van de voorziening wordt bepaald door de onderliggende verplichtingen. Voorzieningen die worden gevormd om de (groot-) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd. Een voorziening heeft een verplichte bestedingsrichting. De bestemming van een voorziening kan niet gewijzigd worden. Dotaties aan de voorzieningen vinden plaats als last op het betreffende taakveld. Uitgaven worden rechtstreeks ten laste van de voorzieningen geboekt. Het college is bevoegd tot het doen van uitgaven ten laste van de voorzieningen conform de beheerplannen of achterliggende verplichting. Bij het opheffen van een voorziening valt het saldo vrij ten gunste van het betreffende taakveld. Daarna kan de raad aangeven waarvoor de vrijgevallen middelen ingezet worden. Wanneer een voorziening verplicht gevormd is en de achterliggende verplichting, het verlies, risico of specifieke besteding komt te vervallen, dan moet het college de voorziening opheffen en zal deze vrijvallen in de jaarrekening. De raad zal vervolgens formeel de voorziening opheffen bij het vaststellen van de jaarrekening. De raad kan ook beslissen een voorziening op te heffen wanneer de noodzaak daarvoor niet meer aanwezig is en in zijn geheel om te zetten in een bestemmingsreserve voor hetzelfde beleidsveld. Deze operatie dient dan te lopen via baten en lasten. De vrijval van de voorziening komt dan ten gunste van het resultaat voor bestemming.

Rechtspraak bij dit artikel