Naar hoofdinhoud

Artikel 18.

Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen niet in inrichting (B079)

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Weststellingwerf

Als de noodzakelijke bestaanskosten van de jongere hoger zijn dan die waarin de basisnorm voorziet en de jongere geen beroep op zijn ouders kan doen, omdat de middelen van de ouders niet toereikend zijn en omdat hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht ten opzichte van zijn ouders niet te gelde kan maken, kan er bij wijze van aanvullende bijstand een toeslag worden verstrekt. In beginsel wordt wel verhaal bij de onderhoudsplichtige ouders gehaald. Thuiswonenden Ouders kunnen aan hun onderhoudsverplichting voldoen door hun kind te laten inwonen. Een thuiswonende kan daarmee dus wel een beroep op zijn ouders doen en heeft daarom geen recht op aanvullende bijstand. Mits er sprake is van een verstoorde relatie bij bijvoorbeeld van huiselijk geweld, waardoor de jongere noodzakelijkerwijs niet bij de ouders kan wonen. Uitwonenden Wordt aanvullend op een lage norm van artikel 20 Participatiewet bijzondere bijstand verstrekt voor levensonderhoud, dan wordt de hoogte hiervan in beginsel zodanig vastgesteld, dat de hoogte van de totale bijstandsuitkering (norm algemene bijstand op grond van artikel 20 Participatiewet en bijzondere bijstand op grond van artikel 12 Participatiewet) overeenkomt 50% van de gehuwdennorm ingeval een alleenstaande en ook 50% van de gehuwdennorm ingeval van een alleenstaande ouder (die ontvangt de ALO-kop). Indien hiertoe aanleiding bestaat, kan de bijzondere bijstand echter op basis van individualisering ook hoger of lager worden vastgesteld. Berekening (normen per 1-1-2018) Norm alleenstaande, indien 21 jaar of ouder, inclusief vt € 708,66 Norm alleenstaande, indien 18,19 of 20 jaar, inclusief vt € 244,91 Verschil € 463,75 Reservering vakantietoeslag (5% van € 244,91) € 12,25 Inkomsten Eventuele inkomsten van de jongere zelf, dienen eerst op de basisnorm in minder gebracht te worden, daarna pas op de bijzondere bijstand. Inkomsten die het karakter hebben van alimentatie/onderhoudsbijdrage dienen verrekend te worden met de bijzondere bijstand. Hoogte van de bijzondere bijstand voor jongeren in het voortgezet onderwijs Jongeren van 18 tot 21 jaar kunnen, als zij aan een aantal voorwaarden voldoen, een beroep doen op aanvullende bijstand op de toelage die zij ontvangen ingevolge de WTOS 18+. Dit om te voorkomen dat de jongere door de hoogte van het inkomen gedwongen wordt om met de opleiding te staken. Voorwaarden: De jongere volgt voortgezet onderwijs en ontvangt hiervoor een tegemoetkoming ingevolge de WTOS 18+; Het afronden van het voortgezet onderwijs is voor de jongere het meest aangewezen opleidingstraject (dit kan blijken uit een rapportage van een voogdij instelling) Voogdij is gezag over een minderjarige kind dat niet door de ouders wordt uitgeoefend, maar door iemand anders; De jongere heeft geen ouders waarop een beroep kan worden gedaan; De jongere is aangewezen op zelfstandige huisvesting. Ex ama’s (alleenstaande minderjarige asielzoekers) die aan deze voorwaarden voldoen vallen uiteraard ook onder de werking van deze regeling. De hoogte van de bijzondere bijstand is het verschil tussen de norm van een 21 jarige alleenstaande (50% van de gehuwdennorm, inclusief vt) en de basistoelage WTOS+18 voor een uitwonende. Bijzondere bijstand voor schoolkosten en les- of cursusgeld is niet mogelijk. Voor deze kosten kan door middel van een beroep op de hardheidsclausule een beroep op de DUO worden gedaan. Deze kosten worden daarna door DUO verrekend met de tegemoetkoming. (zie ook: Stappenplan: Jongeren, studeren of bijstand?). Bijzondere bijstand voor bijzondere kosten De hoogte van de bijzondere bijstand die is bedoeld voor bijzondere kosten (zoals een bril) wordt vastgesteld volgens de normale regels, zonder acht te slaan op de leeftijd van de betrokkene. Hiermee wordt bedoeld dat bij de draagkrachtberekening het inkomen afgezet wordt tegen de bijstandsnorm van een alleenstaande van 21 jaar en ouder, die in deze situatie van toepassing is. Wel zal ook hier eerst gecontroleerd moeten worden of er is voldaan aan de eisen van artikel 12 Participatiewet. Met andere woorden: ook voor bijzondere kosten zal eerst een beroep op de ouders gedaan moeten worden totdat de leeftijd van 21 jaar is bereikt.

Rechtspraak bij dit artikel