Naar hoofdinhoud

Artikel 38.

Eerste maand huur en administratiekosten (B103)

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Weststellingwerf

Het college verstrekt in beginsel geen overbruggingsuitkering voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. In het geval van huisvesting van een statushouder die direct vanuit een AZC in de gemeente wordt gehuisvest, wordt van deze bepaling afgeweken. Eerste maand huur en administratiekosten Onderscheid de volgende situaties: Eerste keer zelfstandig gaan wonen (bijvoorbeeld bij verlaten van het ouderlijk huis); Vestiging in de gemeente als gevolg van verkrijgen verblijfsvergunning/status; Vestiging in/verhuizing binnen de gemeente als gevolg van prive-omstandigheden (bv. scheidingssituatie); Vestiging in/verhuizing binnen de gemeente als gevolg van werk/re-integratieactiviteiten. De kosten van eerste maand huur en administratie behoren tot de incidenteel voorkomende algemene kosten van het bestaan die men in beginsel geacht wordt te voldoen uit het inkomen op bijstandsniveau, door hiervoor te reserveren of een lening te sluiten. Als gevolg hiervan wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van eerste maand huur en administratie. In zeer bijzondere gevallen kan, indien geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (lening, tegemoetkoming werkgever, Wmo), bijzondere bijstand worden overwogen. Vorm van bijstand: afhankelijk van situatie is dit in de vorm van een lening of in uiterste situaties bijstand om niet. Het college maakt, gezien de bijzondere situatie ten gevolge waarvan de noodzaak van een overbruggingsuitkering is ontstaan, geen gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering na beëindiging van de bijstand. Statushouders uit het AZC Voor statushouders uit het AZC wordt de zelfstandige huisvesting noodzakelijk geacht. Voor de administratiekosten kan bijzondere bijstand worden verleend. Bovendien wordt ter overbrugging van de eerste twee maanden huur, waarop in de eerste maand nog geen recht op huurtoeslag is als gevolg van een onvolledige maand huur, voor de kosten van huur bijzondere bijstand verleend. De statushouder kan in aanmerking komen voor: Een overbruggingsuitkering c.q. voorschot levensonderhoud. In het AZC krijgt men een toelage van het COA die vooraf wordt uitbetaald en de uitkering van de gemeente wordt achteraf uitbetaald. Er is dus altijd sprake van een gat. Zie richtlijn B101. Bijzondere bijstand ter overbrugging van de eerste twee maanden huur, volgens onderstaande berekening: In de eerste (onvolledige) maand, waarop nog geen recht is op Huurtoeslag, wordt voor de kosten van huur (eerste huurnota) bijzondere bijstand verleend; In de tweede maand, waarop in principe wel recht bestaat op de Huurtoeslag, wordt de fictieve Huurtoeslag op de bijzondere bijstand in mindering gebracht. Toelichting: De huur moet altijd voor de 1e van maand binnen zijn (dus vooraf). De uitkering wordt altijd pas achteraf overgemaakt. De overbruggings-uitkering is niet toereikend om deze kosten van te betalen. Om te voorkomen dat er direct huurachterstanden ontstaan bij aanvang van de uitkering kan om die reden bijzondere bijstand worden verleend voor de eerste twee maanden huur, met toepassing van bovenstaande rekenwijze. De bijstand wordt om niet verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel