Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Draagkrachtpercentages (B063)

Onderdeel van Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Weststellingwerf

Het inkomen dat voor de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen, wordt over een periode van 12 maanden vastgesteld beginnend op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere kosten -zowel incidentele als periodieke- zijn gemaakt. Vermogen: Als regel wordt vermogen dat uitkomt boven de toepasselijke vermogensgrens ten volle als draagkracht aangemerkt. Uitzondering: Bij een aanvraag duurzame gebruiksgoederen zie B101. Inkomen: Het netto-inkomen van betrokkene dient te worden vermeerderd met 5% (netto) vakantietoeslag. Verwervingskosten en onbelaste vergoedingen niet meenemen in de draagkrachtberekening in B067. Ingeval van medische (meer)kosten geen draagkracht tot 130% incl. vt van de toepasselijke bijstandsnorm* Ingeval andere kosten (dus niet medisch): geen draagkracht tot 100% incl. vt van de toepasselijke bijstandsnorm* en geen draagkracht bij inkomen uit alleen een AOW uitkering, tenzij er sprake is van een afwijkende norm , bijv. een zak- en kleedgeldnorm. Daarboven geldt een draagkracht van 35%. Uitzondering: 100% draagkracht van het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm* als het gaat om de volgende kosten: woonkostentoeslag Van belang is om naar het feitelijke inkomen te kijken, ongeacht het te ontvangen leefgeld. Dit omdat er anders indirect bijstand voor schulden wordt verleend. *Toepasselijke bijstandsnorm Personen met een bijstandsuitkering of met inkomen uit alleen een AOW-uitkering (zie boven) hebben geen draagkracht, zodat er geen draagkrachtberekening plaats hoeft te vinden bij het aanvragen van bijzondere bijstand. Bij personen met andere inkomsten moet worden nagegaan of er sprake is van mogelijke kostendeling (zijn er inwonenden van 21 jaar en ouder). Via BRP-onderzoek en via Suwinet (is een medebewoner student? Zo ja: geen kostendeling) kan worden nagegaan of er mogelijk sprake is van kostendeling. Geen kostendeling: De toepasselijke norm voor een echtpaar wordt gesteld op 100% van de echtparennorm. Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder wordt de norm gesteld op 70% van de echtparennorm. Kostendeling (bij inwonenden van 21 jaar en ouder): De toepasselijke norm wordt 10% lager vastgesteld (conform de Toeslagenverordening die per 1-1-2015 is ingetrokken): echtpaar 90%, alleenstaande en alleenstaande ouder 60%. Er wordt dus niet uitgegaan van de kostendelersnorm, want de norm wordt maximaal 10% lager vastgesteld! Ook als er sprake is van een commerciële relatie (onderhuur/ kostganger) wordt de toepasselijke norm 10% lager vastgesteld (tot 90% of 60%) omdat er dan sprake is van kostendeling. ALO-kop. De ALO-kop die een alleenstaande ouder ontvangt wordt niet meegeteld als inkomen en dus niet meegenomen in de draagkrachtberekening. Maaltijdvergoeding bij verblijf in inrichting. De norm zak- en kleedgeld voorziet niet in de kosten van voeding omdat we ervan uit gaan dat de inrichting hierin voorziet. Wanneer de inrichting dit (deels) doet door geld te geven om eten te kopen, dan is dit geen inkomen dat in mindering moet worden gebracht op de zak- en kleedgeldnorm. Draagkracht en WSNP Alvorens over te gaan tot het verstrekken van bijzondere bijstand moet bij de bewindvoerder worden nagegaan of bij berekening van de eigen bijdrage WSNP rekening gehouden is met deze kosten. Als dat zo is kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt. Is er geen rekening gehouden met deze kosten, dan moet worden nagegaan of dat niet alsnog moet worden gedaan. Met name bij periodieke bijzondere bijstand (zoals bij woonkostentoeslagen) zal dat het geval moeten zijn. Draagkracht bij beslag op inkomen Als men een hoog inkomen heeft, maar vanwege een beslag op het inkomen feitelijk minder ontvangt, moet volgens de rechter bij de vaststelling van de draagkracht uitgegaan worden van dit lagere inkomen. Bij feitelijk een laag inkomen als gevolg van de WSNP zal hetzelfde gelden. Als iemand een wettelijk of een minnelijk schuldsaneringtraject doorloopt, wordt al het meerinkomen en 5% van de toepasselijke bijstandsnorm aangewend voor de aflossing van schulden. Er blijft dan 95% van de geldende bijstandsnorm over om te besteden. In die gevallen wordt het deel van het inkomen dat wordt gebruikt voor schuldaflossing niet meegerekend bij het vaststellen van de draagkracht. Daardoor zal de draagkracht meestal op 0 uitkomen. Beslag Op grond van een rechterlijke uitspraak CRvB 28-3-2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AV8374 dient inkomen waarop beslag ligt buiten een draagkrachtberekening te blijven. Dit alleen als er daadwerkelijk wordt ingehouden. Op grond van art. 7 lid 7 van de Maatregelverordening kan, voor zover door tekortschietend besef (de beslaglegging) een aanvullend beroep op incidentele bijzondere bijstand wordt gedaan, een maatregel opgelegd worden ter hoogte van het bedrag van de incidentele bijstand waarop onterecht een beroep wordt gedaan. Iemand die keurig zijn schulden aflost, mag in principe niet slechter af zijn dan degene waarbij door beslag de schulden worden afgelost. In dat geval moet onderzocht worden in hoeverre het beslag een gevolg is van tekortschietend besef. Let op: Bestuursrechtelijke premieheffing Zorgverzekeringswet (Bronheffing) lijkt op beslag maar is anders van aard. De Bronheffing bestaat voor een deel uit vervangende premie voor de basisverzekering en voor een deel uit een boete. De Bronheffing is bedoeld als drukmiddel om tot een schuldregeling te komen bij de zorgverzekeraar voor een (oude) premieachterstand. Zo’n regeling kan elk moment ingaan. Zodra er een regeling is getroffen en er een stabilisatieovereenkomst is afgesloten, meldt de Zorgverzekeraar de betrokkene af voor de Bronheffing. Als er naast Bronheffing beslag ligt heeft dat invloed op de hoogte van het beslag. Het kan voorkomen dat het beslag (nog) niet, of maar deels, kan worden geëffectueerd. Alleen geëffectueerd beslag verlaagt de draagkracht. Voor het berekenen van de beslagvrije voet, zie de volgende tool: http://wwb-beslagvrijevoet.nl/wwb/index.php Draagkracht bij incidentele kosten Indien het om incidentele kosten gaat (eenmalig of een aantal keren per jaar) dient eerst de volledige draagkracht aangewend te worden voordat de bijzondere bijstand kan worden uitbetaald. De draagkracht wordt in deze situatie niet uitgesmeerd over 12 maanden. Voorbeeld: Draagkracht € 20,- per maand is € 240,- per jaar. Incidentele kosten bedragen € 300,-. Bijzondere bijstand bedraagt dan € 60,-. Draagkracht bij vermogen boven het vrij te laten vermogen Het (over)vermogen wordt direct op de kosten in mindering gebracht. Draagkracht uit inkomen wordt bij periodieke kosten uitgesmeerd over 12 maanden. Voorbeeld: Bijzondere kosten € 1700,-. Teveel vermogen € 500,-. Draagkracht uit inkomen € 70,- per maand. De bijzondere bijstand bedraagt dan € 1700,- - € 500,- = € 1200,- per jaar = € 100,- per maand minus draagkracht van € 70,- = € 30,- bijzondere bijstand per maand. Bij incidentele kosten wordt eerst het oververmogen op de bijzondere kosten in mindering gebracht. Blijven er nog te vergoeden kosten over, dan wordt daarna de draagkracht uit inkomen bepaald. Deze draagkracht wordt ineens in mindering gebracht (en niet uitgesmeerd over 12 maanden).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel