Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

Inwilligen inleidend verzoek

Onderdeel van Referendumverordening Amsterdam

1.. Op basis van het advies van de Initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 6, beslist de raad of een inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2.. De raad kan besluiten dat de besluitvorming over het inwilligen van een inleidend verzoek eenmalig wordt uitgesteld naar de volgende vergadering en leidt tot het opschorten van de besluitvorming over het ontwerpraadsbesluit dan wel voorgenomen collegebesluit als bedoeld in artikel 19, eerste lid. 3.. Een afvaardiging van de raad kan namens de raad in overleg treden met de initiatiefnemers om een compromis te bereiken. Indien de raad en de initiatiefnemers tot overeenstemming komen, trekken de initiatiefnemers hun inleidende verzoek in. De initiatiefnemers besluiten bij meerderheid. 4.. De raad plaatst een alternatief burgervoorstel waarvoor een inleidend verzoek is ingewilligd binnen twee maanden op de agenda van zijn vergadering. Tijdens deze vergadering worden de initiatiefnemers als bedoeld in artikel 16 gehoord. 5.. Indien de raad het alternatief burgervoorstel aanneemt, eindigen de in deze verordening vastgelegde procedures. 6.. Indien de raad het alternatief burgervoorstel niet aanneemt, dan wel niet tot overeenstemming komt met de initiatiefnemers, dan kunnen de initiatiefnemers een definitief verzoek tot het houden van een referendum indienen. 7.. Per ontwerpraadsbesluit dan wel voorgenomen collegebesluit kan de raad niet meer dan één inleidend verzoek voor een alternatief burgervoorstel of voor een referendum inwilligen. 8.. Wanneer een inleidend verzoek niet voldoende wordt ondersteund, vervalt het verzoek van rechtswege. 9.. De voor een inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen vervallen bij het inwilligen van het inleidende verzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel