Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Inleidend verzoek

Onderdeel van Referendumverordening Amsterdam

1.. Een inleidend verzoek bevat: een aanduiding van het ontwerpraadsbesluit of voorgenomen collegebesluit waarop het betrekking heeft; een beknopte motivering voor de keuze van de gekozen referendumvorm; de naam, adres, woonplaats, geboortedatum en handtekening van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers. 2.. De voorzitter van de raad kan de initiatiefnemers in de gelegenheid stellen om binnen twee weken de onder het eerste lid, onder b bedoelde motivering aan te vullen. 3.. Voor het alternatieve burgervoorstel gelden de volgende aanvullende vormvereisten: de titel is kort en bondig, en vat het voorstel kernachtig samen; de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; een onderbouwd voorstel bedraagt maximaal 2.500 woorden; het bevat niet meerdere onderwerpen die geheel losstaan van elkaar. 4.. Bij strijdigheid met de aanvullende vormvereisten als bedoeld in het derde lid krijgen de initiatiefnemers eenmalig gelegenheid om binnen maximaal twee maanden hun alternatief burgervoorstel aan te passen. 5.. Voorafgaand aan het indienen van een inleidend verzoek kunnen de initiatiefnemers verzoeken om ambtelijke ondersteuning bij het uitwerken van het concept onderbouwd voorstel van een alternatief burgervoorstel. 6.. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit of voorgenomen collegebesluit wordt besproken.

Rechtspraak bij dit artikel