In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvrager: de woningzoekende die een aanvraag voor een urgentieverklaring of huisvestingsvergunning indient, waarbij het ook mogelijk is dat een professional vanuit de gemeente, zorginstelling of woningcorporatie de aanvraag indient namens de woningzoekende;
basisregistratie personen: de basisregistratie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen;
beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
betaalbare nieuwbouw koopwoning: een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Huisvestingswet 2014 met een koopprijsgrens van maximaal €405.000 (prijspeil 2025). De prijsgrens wordt jaarlijks aangepast op basis van de indexering zoals vastgesteld in de Regionale Begrippenlijst Wonen van de Metropoolregio Eindhoven (MRE).
corporatiedoelgroep: de belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens. Voor eenpersoonshuishoudens is deze inkomensgrens € 49.669 (prijspeil 2025). Voor meerpersoonshuishoudens is de DAEB-inkomensgrens vastgesteld op € 54.847 (prijspeil 2025). Het prijspeil wordt jaarlijks geactualiseerd.
dienstwoning: woonruimte die door een werknemer bewoond moet worden om zijn uit het dienstverband voortvloeiende taken goed te kunnen vervullen;
doelgroep passend toewijzen: de norm van passendheid geldt voor huishoudens met een inkomen tot de inkomensgrens voor passend toewijzen. Die grenzen zijn in 2025: € 28.375 voor eenpersoonshuishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd; € 38.500 voor meerpersoonshuishoudens onder de AOW-gerechtigde leeftijd; € 27.775 voor eenpersoonshuishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd; € 37.350 voor meerpersoonshuishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd. Deze grenzen worden jaarlijks geactualiseerd.
economisch gebonden: economisch gebonden als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder a van de Huisvestingswet 2014;
eigen middelen: het eigen vermogen van de aanvrager van een urgentieverklaring welke die kan aanwenden om zelf in de behoefte aan woonruimte te voorzien;
gedwongen verkoop: verkoop als bedoeld in het Tweede Boek, Derde Titel, Tweede afdeling van het Wetboek van Burgelijke Rechtsvordening;
huishouden: een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is en die twee jaar of langer een gemeenschappelijk huishouden voeren;
huishoudinkomen: het gezamenlijk verzamelinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Huisvestingswet 2014;
huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning, exclusief bijkomende (service)kosten;
huurtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het huren van een woning;
huurtoeslaggrens: de huurprijs als bedoeld in artikel 14, eerste lid, sub a, van de Wet op de huurtoeslag. De huurtoeslaggrens geeft de maximale huur van sociale huurwoningen aan. Dit is de maximale huur waarbij een huurder nog in aanmerking kan komen voor huurtoeslag;
ingezetene: de persoon feitelijk woonachtig in een gemeente en als zodanig ingeschreven in de basisregistratie personen als bedoeld in de Wet basisregistratie personen;
inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst betreffende de inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar;
logeerwoning: een tijdelijke woonruimte die beschikbaar wordt gesteld aan huurders die vanwege renovatie of ingrijpend onderhoud tijdelijk niet in hun eigen woning kunnen verblijven. Het oorspronkelijke huurcontract blijft tijdens deze periode doorlopen;
maatschappelijk gebonden: maatschappelijk gebonden als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder b van de Huisvestingswet 2014;
mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende , als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
noodsituatie: een in maatschappelijk opzicht onhoudbare of onwenselijke situatie die is ontstaan doordat een woningzoekende die niet zelfredzaam is op de woningmarkt en die het niet zelf lukt om een andere woonruimte te vinden, zonder passende huisvesting dreigt te komen;
opvang: opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
regio: de Metropoolregio Eindhoven (MRE) is op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen een bestuurlijke samenwerking tussen 21 gemeenten (Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de Mierden, Son en Breugel, Someren, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre);
sociale huurwoning: zelfstandige woonruimte verhuurd door of te huur aangeboden door een woningcorporatie waarvan de huurprijs die bij het aangaan van de huurovereenkomst onder of gelijk is aan de huurtoeslaggrens;
standplaats: een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub C van de Woningwet;
urgentiecategorie: de urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014;
urgentiecommissie(s): de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen commissie(s) met als taak een advies uit te brengen over verzoeken van woningzoekenden om in een urgentiecategorie te worden ingedeeld, dan wel om namens het college te beslissen op een zodanig verzoek;
verblijfstitel: de grondslag voor rechtmatig verblijf in Nederland omdat iemand a. op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld; b. als vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b of c, van de Huisvestingswet 2014;
wisselwoning: woonruimte die beschikbaar wordt gesteld aan huurders van wie de reguliere huurwoning permanent vervalt als gevolg van sloop of herontwikkeling. De wisselwoning wordt ingezet voor de periode tussen het verlaten van de oude woning en de oplevering van een nieuwe, vervangende woning binnen het project;
woningzoekende: huishouden dat woonruimte zoekt in de gemeente Valkenswaard en om die reden geregistreerd is bij het door woningcorporaties gebruikte platform;
woningcorporatie: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014, met uitzondering van standplaatsen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Huisvestingswet 2014;
woonwagen: zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet. Een prefabwoning, chalet of houtskeletbouwwoning wordt in deze verordening ook gezien als woonwagen.;
zelfstandige woonruimte: van een eigen afsluitbare toegang voorziene, woonruimte welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;
zoekprofiel: een beschrijving van de eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van de woningzoekende op te lossen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Valkenswaard 2025-2029