Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 11

Vervallen, intrekken urgentiebeschikking of wijzigen urgentiecategorie

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029

1.. De urgentiebeschikking vervalt: als aan de houder ervan een huisvestingsvergunning is verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte die voldoet aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; of, na zes maanden vanaf de dag na bekendmaking van de urgentiebeschikking aan de aanvrager, tenzij de geldigheidsduur van de urgentiebeschikking met toepassing van het derde lid, onder c, wordt verlengd. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan de urgentiebeschikking intrekken indien: de houder van de urgentiebeschikking niet of niet meer voldoet aan: de criteria voor indeling in een urgentiecategorie; het bepaalde in artikel 10, tweede lid, onder a, b of c, van de wet; het gezamenlijke inkomen van de houder en de andere leden van diens huishouden hoger is dan de inkomensgrens bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; de houder van de urgentiebeschikking bij de aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan die wist of kon weten dat deze onjuist of onvolledig waren en burgemeester en wethouders, indien zij de juiste of volledige gegevens wel hadden gekend, de urgentiebeschikking geweigerd zouden hebben; de houder van de urgentiebeschikking een door een woningcorporatie aan hen te huur aangeboden woonruimte heeft geweigerd, terwijl die woning voldoet aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; of, 3.. Het college van burgemeester en wethouders kan de urgentiebeschikking wijzigen indien: de houder van de urgentiebeschikking in aanmerking komt voor indeling in een andere urgentiecategorie; gewijzigde feiten en omstandigheden tot gevolg hebben, dat het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel aangepast moet worden; of zij de geldigheidsduur van urgentiebeschikking met maximaal zes maanden verlengen omdat: aan de houder van de urgentiebeschikking binnen het eerste deel van de geldigheidsduur geen woonruimte te huur is aangeboden die voldeed aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; de door woningcorporaties gedurende het eerste deel van de geldigheidsduur te huur aangeboden woonruimte niet voldeed aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; en, de houder van de urgentiebeschikking gedurende het eerste deel van de geldigheidsduur al het mogelijke heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem of haar gevergd kan worden, om het urgente woonprobleem zelf op te lossen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel