In aanvulling op artikel 23.2 van de verordening wordt het pgb tussentijds beëindigd wanneer:
de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
de budgethouder aan geeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
de budgethouder geen verantwoording af legt;
uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen 3 maanden na accordering door de gemeente geen besteding van het pgb heeft plaatsgevonden. In overleg met de pgb aanvrager vindt beëindiging, of voortzetting naar hulp in natura plaats;
bij verhuizing naar een andere gemeente de verantwoordelijkheid bij die andere gemeente komt te liggen;
bij overlijden de jeugdhulp niet meer wordt verleend;
de budgethouder zijn pgb laat omzetten in ZIN.
Er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de uitvoerende jeugdhulpverlener. Een andere zorgverlener moet het verlenen van de hulp dan overnemen om de overbelasting te voorkomen.