Naar hoofdinhoud

Artikel 23.

Herziening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Oosterhout 2025

Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen; de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend zijn te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb; de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd; De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger met het pgb jeugdhulp betrekken van een jeugdhulpaanbieder tegen wie bezwaren zijn ontstaan, als bedoeld in artikel 12 lid 3. Een persoonsgebonden budget voor jeugdhulp dient binnen 3 maanden na toekenning te worden aangewend om de beschikte ondersteuning te bekostigen. Een beschikking kan worden ingetrokken als blijkt dat binnen 3 maanden nog niet is begonnen met de voorziening. Bij een toekenning voor zorg in natura melden de jeugdige of zijn ouders zich binnen 3 maanden bij een jeugdhulpaanbieder. Een beschikking kan worden ingetrokken als blijkt dat binnen 3 maanden nog geen melding bij een jeugdhulpaanbieder heeft plaatsgevonden. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid, onder a, d, e of f, de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel