De aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt in ieder geval afgewezen in de volgende gevallen:
De aanleiding om voorrang bij de woningtoewijzing te vragen, is door eigen handelen veroorzaakt en was voorzienbaar. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt in situaties waarin sprake is van een verstandelijke stoornis of beperking;
De woningzoekende wordt in staat geacht het huisvestingsprobleem zelf op te lossen;
De woningzoekende wordt in staat geacht om zonder voorrang en binnen een redelijke termijn aan een passende woning te komen;
De woningzoekende heeft in de periode van 3 jaar voorafgaand aan de aanvraag, om dezelfde reden, al een aanvraag ingediend;
De woningzoekende heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2.1.11;
De woningzoekende heeft na het ontstaan van het huisvestingsprobleem dat de aanleiding vormt voor de aanvraag van een voorrangsverklaring een aanbod van een sociale huurwoning geweigerd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.5
Weigeringsgronden voorrangsverklaring
Onderdeel van Huisvestingverordening gemeente Sliedrecht 2025