In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 2 % van de in een straat aanwezige (particuliere) woonruimten een vergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2.
In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 2 % van de in een (particulier) woongebouw aanwezige woonruimten een vergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2.
Voor de toepassing van de 2 %-norm als bedoeld in het eerste lid worden alle woongebouwen buiten beschouwing gelaten
Voor de toepassing van de 2%-norm als bedoeld in het eerste lid worden alle woonruimten in eigendom van woningcorporatie Tablis Wonen en andere in Sliedrecht werkzame woningcorporaties buiten beschouwing gelaten. Op de toewijzing van de woningen in eigendom van Tablis Wonen en andere in Sliedrecht werkzame woningcorporaties is hoofdstuk 2 'Verdeling van woonruimte' van deze verordening van toepassing. Deze woningen zijn niet bestemd voor en worden niet gebruikt voor kamerverhuur.
Voor de toepassing van de 2 %-norm geldt dat in een straat en/of woongebouw met minder dan 50 woonruimten een vergunning kan worden verleend voor één woonruimte. In overige gevallen vindt voor de berekening van het toegestane maximumaantal per straat en/of woongebouw te verstrekken vergunningen een afronding naar beneden plaats op een geheel getal.
In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu wordt clustering van kamerverhuurpanden niet toegestaan en kan slechts een vergunning worden verleend, indien geen vergunning voor kamerverhuur is afgegeven voor een woonruimte van een aangrenzende woonruimte op een aangrenzend perceel. Het college kan hiervan ter voorkoming van clustering afwijken en nadere regels stellen.
In verband met de te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor een zelfstandige woonruimte een vergunning worden verstrekt voor de tijdelijke huisvesting van maximaal 4 personen. Een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur moet minimaal kunnen beschikken over een (gezamenlijke) verblijfsruimte om te wonen, koken en eten en voldoende verblijfsruimte om te slapen voor elke tijdelijk te huisvesten persoon. De vloeroppervlakte van de slaapruimte bedraagt voor elke tijdelijk te huisvesten persoon minimaal 7,5 m2, waarbij de breedte van de ruimte minimaal 2,4 m is (conform Bouwbesluit 2012).
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het omgevingsplan. Bij strijdigheid met het omgevingsplan kan alleen een vergunning worden verleend, indien deze strijdigheid kan worden weggenomen middels een omgevingsvergunning of herziening van het omgevingsplan.
De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het de bij dan wel krachtens het Bouwbesluit 2012 hiervoor gegeven regels.
Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid gebieden en/of woongebouwen aanwijzen waarvoor het percentage als bedoeld in het eerste lid en tweede lid lager wordt vastgesteld.
Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid gebieden en/of woongebouwen aanwijzen waarvoor het percentage als bedoeld in het eerste lid en tweede lid hoger wordt vastgesteld.
Een aanwijzing als bedoeld in lid 10 en 11 geldt voor de duur van 3 jaar. Aansluitend aan de periode van 3 jaar kan het college de aanwijzing verlengen met een periode van telkens 3 jaar.
Het college weigert de vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur, indien:
De gevraagde omzetting strijdig is met de criteria genoemd in het eerste tot en met het negenede lid;
De gevraagde omzetting strijdig is met de krachtens lid 10 en 11 gegeven criteria;
Het maximum als bedoeld in lid 1 en lid 2 dan wel krachtens lid 10 en 11 is bepaald is bereikt;
Vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op het geordende woon- en leefklimaat in de straat, het woongebouw of de omgeving van de woonruimte, waarop de aanvraag betrekking heeft;
De aanvrager van de vergunning niet aan de criteria van goed verhuurderschap voldoet;
In 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag een vergunning van de aanvrager op grond van artikel 3.1.8 sub b tot en met f is ingetrokken;
Het omzetten in strijd is met het omgevingsplan, beheersverordening of omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan of beheersverordening.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5
Criteria voor vergunningverlening
Onderdeel van Huisvestingverordening gemeente Sliedrecht 2025