De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
geweigerd indien:
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek
of een chronisch psychisch probleem dan wel een chronisch
psychosociaal probleem geen aanleiding bestond en er geen andere
belangrijke reden aanwezig was;
de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
door het college;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
extra trapleuningen;
De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen,
De aanvrager verhuisd is vanuit of naar een woonruime die niet
geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
De aanvrager verhuisd is naar een AWBZ-instelling of een andere
instelling gericht op het verstrekken van zorg;
er in de verlaten woonruimte geen problemen met het normale
gebruik van de woning zijn ondervonden;
de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning
voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
materialen.
Hoofdstuk 4
Artikel 20
Beperkingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2011