Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.
onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder a.
en b. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of
een chronisch psychisch probleem dan wel een chronisch
psychosociaal probleem; of
problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg
het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk
maken.
2.In afwijking van artikel 2, eerste lid onder a. kan het college onder
bepaalde omstandigheden een huishoudelijke voorziening verstrekken,
indien er geen langdurige noodzaak is.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Recht op hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oss 2011